U bent hier

Structuurschema talen

opleidingsstructuur talen

Richtgraad 1

In de opleiding Richtgraad 1 verwerf je achtereenvolgens het basisniveau en het overlevingsniveau van een taal. Deze 2 niveaus stemmen overeen met de niveaus Breakthrough (basisniveau) en Waystage (overlevingsniveau) zoals beschreven in het Europees Referentiekader. Na de opleiding Breakthrough kan je vertrouwde, alledaagse en zeer eenvoudige zinnen gebruiken. Deze eenvoudige taal helpt je bij het invullen van je concrete behoeften. Na de opleiding Waystage kan je op een eenvoudig niveau communiceren op voorwaarde dat je gesprekspartner langzaam en duidelijk spreekt en bereid is je te helpen. Je kan zinnen en courante uitdrukkingen begrijpen die te maken hebben met voor jou onmiddellijk relevante domeinen. Je leert communiceren in eenvoudige situaties. Het gaat dan over eenvoudige en directe uitwisseling van informatie over onderwerpen die je vertrouwd zijn en waarin je een zekere routine ontwikkeld hebt. Bovendien kan je in eenvoudige bewoordingen informatie geven over je directe omgeving en over onderwerpen die voor jou van direct persoonlijk belang zijn.

Richtgraad 2

Met de opleiding Richtgraad 2 verwerf je een beperkte talige zelfstandigheid. In de Europese context komt richtgraad 2 overeen met het niveau Threshold. Je voelt je nog beperkt in je communicatie. Je taalgebruik is ‘economisch’: je moet je communicatie aanpassen aan de middelen(taal) waarover je beschikt. Een volledige autonomie in de vreemde taal verwerf je in het daaropvolgende niveau. Na de opleiding Threshold kan je de hoofdzaken begrijpen van vertrouwde onderwerpen die geregeld opduiken in je werksituatie, je school, je ontspanningsleven. De voorwaarde is dat de onderwerpen in klare standaardtaal zijn geformuleerd. Op reis kan je je in de landstaal uit de slag trekken in de meest voorkomende situaties. Je bent in staat een eenvoudige en samenhangende tekst te produceren over onderwerpen die je vertrouwd zijn of die tot je persoonlijke interessesfeer behoren. Bovendien kan je ervaringen en gebeurtenissen, dromen, hoop en ambities beschrijven en kan je bondig redenen en verklaringen geven voor je plannen en opvattingen.
     
Richtgraad 3

In Richtgraad 3 , in het Europees Referentiekader ook het niveau Vantage genoemd,  werk je aan echte talige zelfstandigheid. In deze richtgraad wordt een onderscheid gemaakt tussen een mondelinge (3.1) en een schriftelijke module (3.2). Uiteraard komen in elke module alle vaardigheden aan bod, maar bij de evaluatie worden enkel de mondelinge respectievelijk de schriftelijke vaardigheden beoordeeld. Streefdoel is de
doeltaal zodanig te leren beheersen, dat een vlotte communicatie in een grote waaier van algemene en specifieke situaties mogelijk is. Er is een sequentieel verband tussen de modules 3.1 en 4.1 en de modules 3.2 en 4.2.
Je leert mondeling informatie te vragen en te geven, samen te vatten, instructies te geven, je beleving en je mening te uiten. Je kan al relatief lang aan het woord blijven. Je spreektempo benadert al dicht dat van de moedertaalspreker en je formuleert je boodschap adequaat. Je leert de hoofdgedachte te achterhalen en specifieke informatie te zoeken (bijvoorbeeld in een authentieke lezing, debat of serie). De taal die je te horen krijgt maakt al gebruik van betekenisnuances, verschillen in register en varianten daarop.
In een rijk aanbod aan authentieke teksten versterken we je schriftelijke vaardigheden en leesvaardigheid. De te lezen teksten kunnen impliciete informatie bevatten en al zeer complex gestructureerd zijn. Wat schrijven betreft leer je instructies en verslagen te schrijven en voor jezelf notities te nemen ter voorbereiding van een verslag. Je leert ook schriftelijk te informeren naar een mening of standpunt. Wat je schrijft heeft een duidelijke structuur en samenhang en is genuanceerd geformuleerd.

Richtgraad 4

In de Europese context komt richtgraad 4 overeen met het niveau Effectiveness. Ook in deze richtgraad wordt een onderscheid gemaakt tussen een mondelinge (4.1) en een schriftelijke module (4.2). Net als in Richtgraad 3 komen in elke module alle vaardigheden aan bod, maar bij de evaluatie worden enkel de mondelinge respectievelijk de schriftelijke vaardigheden beoordeeld.
Na deze opleiding ben je in belangrijke mate talig zelfstandig. Typisch is de toegenomen mate van nauwkeurigheid en adequaatheid van je communicatie. Op dit niveau kan je je taalvaardigheid hanteren in culturele of professionele gebieden. Je kan een brede waaier van lange en veeleisende teksten begrijpen en er de impliciete betekenis in achterhalen. Je kan je vlot en spontaan uitdrukken zonder al te veel naar woorden te moeten zoeken. Je bent in staat de doeltaal soepel en doeltreffend aan te wenden voor sociale, algemeen educatieve en professionele doeleinden. Je kunt een heldere, goed gestructureerde en gedetailleerde tekst produceren over complexe onderwerpen. Je vertoont daarbij een goede beheersing van structuurelementen en verbindingswoorden.